Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AF0738

Datum uitspraak2002-11-15
Datum gepubliceerd2002-11-19
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200205806/1
Statusgepubliceerd


Uitspraak

Raad van State 200205806/1. Datum uitspraak: 15 november 2002 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: de vereniging "Partij van de Toekomst", gevestigd te Eindhoven, appellante, en het Centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten Generaal, verweerder. 1. Procesverloop Bij besluit van 25 oktober 2002 heeft de Kiesraad, te dezen handelend als het Centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten Generaal - voorzover thans van belang - het verzoek van de vereniging "Nieuwe Democratische Midden Partij" tot inschrijving van de aanduiding 'Nieuwe Toekomst Partij (NTP)' als aanduiding waarmee zij voor de Tweede Kamerverkiezingen op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld, ingewilligd. Tegen dit besluit heeft appellante bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 31 oktober 2002, beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht. Bij brief van 6 november 2002 heeft de Kiesraad een verweerschrift ingediend. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 november 2002, waar appellante, vertegenwoordigd door J.C.W.M. Vlemmix, gemachtigde, en de Kiesraad, vertegenwoordigd door mr. drs. E.B. Pronk, gemachtigde, zijn verschenen. Voorts is gehoord de vereniging "Nieuwe Toekomst Partij", vertegenwoordigd door T. Jansen, gemachtigde. 2. Overwegingen 2.1. Appellante betoogt dat de aanduiding 'Nieuwe Toekomst Partij (NTP)' taalkundig overeenstemt met de voor haar geregistreerde aanduiding 'Partij van de Toekomst (PvdT)' en dat daardoor verwarring te duchten is. 2.1.1. Dit betoog faalt. Op grond van artikel G 1, vierde lid, aanhef en onder b, van de Kieswet wordt - voorzover thans van belang - registratie van de aanduiding geweigerd, indien deze geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een reeds geregistreerde aanduiding van een andere politieke groepering én daardoor verwarring te duchten is. Daarvan is in dit geval geen sprake. Of de beide aanduidingen taalkundig dezelfde betekenis hebben, is - wat daarvan overigens ook moge zijn - gelet op de in artikel G 1, vierde lid, van de Kieswet neergelegde weigeringsgronden niet van belang. 2.2. Het beroep is ongegrond. 2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart het beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. J.H.B. van der Meer, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, ambtenaar van Staat. w.g. Van der Meer w.g. Van Loon Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 15 november 2002 284. Verzonden: Voor eensluidend afschrift, de Secretaris van de Raad van State, voor deze,